• Museumstoomtram presenteert programma Stoomtram 1900

    BDU
  • Blik op het Bello Atelier: revisie stoomloc en aanbouw rijtuig (rechts).

    BDU
  • In de werkplaats van de Stoomtram.

    BDU
  • Niet verkrijgbaar uit een catalogus.

    BDU
  • Rangeren op station Wognum - Nibbixwoud.

    BDU
  • Stoomtrams op station Wognum.

    BDU
  • Even omgekleed en op reis als in 1900.

    BDU
  • Het bureau van de stationschef in Wognum.

    BDU

Verwondering voorop in Stoomtram 1900

HOORN - MEDEMBLIK "Het klinkt misschien wat gek voor een museum, maar wij hadden het probleem voor veel bezoekers dat er zoveel te beleven is, dat je nog maar weinig ontdekt. En dat terwijl er juist zoveel bijzonders te ontdekken valt." Aldus René van den Broeke, directeur van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. Met het nieuwe programma 'Stoomtram 1900' komt daarin verandering: de bezoeker kan nu kiezen voor een programma van twee en een half uur waarbij de verwondering en ontdekking van vervoer in de IJzeren Eeuw voorop staan. 

De stoomtram is één van de meest aansprekende voorbeelden van de vooruitgang die werd gemaakt toen de stoommachine techniek werd ontwikkeld, de Industriële Revolutie in Europa in gang werd gezet en daarmee deed de IJzeren Eeuw met beloften van nieuwe voorspoed zijn intrede. "Het is geschiedenis waarvan we niets meer weten uit eigen ervaring, of waarvan opa of oma nog kan vertellen. Als het om de stoomtram gaat: 500 stoomlocs reden er rond op lokaalspoorlijnen in Nederland; nu zijn er nog drie stuks over die rijdend voort kunnen", aldus de Museumstoomtram directeur.
Anno 2019 kun je als bezoeker je verwonderen over die stoomtram die destijds met 15 km/uur langskwam: de tram was populair, want de reis Tilburg - Breda duurde misschien vier uur, maar het was wel 6 keer zo snel als voorheen. Het gaat om 'Iconen van de IJzeren Eeuw', zoals Stoomtram Hoorn-Medemblik de locs omschrijft. 

Die verwondering over 'hoe het toen moet zijn geweest' is volop te ontdekken in het nieuwe programma Stoomtram 1900 van de Museumstoomtram. Het programma duur twee en een half uur en begint en eindigt op het Stoomtram station in Hoorn. 

Reisgids

De deelnemer aan Stoomtram 1900 krijgt voor de ontdekkingstocht een 'reisgids' uitgereikt en heeft onderweg tal van kansen om te zien, horen en voelen over het reizen in 1900. De geschiedenis en techniek van de stoomtram wordt uit de doeken gedaan op het terrein van de stoomtram in Hoorn. En dat uur is zo goed gevuld dat je op moet letten niet de tram te missen die je naar het station in Wognum brengt. Daar, in en om het gerestaureerde station Wognum-Nibbixwoud uit 1887, ontdek je hoe het op een station toe ging, van goederenvervoer tot hoe de passagiers gekleed gingen (zelf kleding passen!) of uitproberen waarmee kinderen speelden en zien hoe treinen elkaar konden passeren, want verbindingen waren immers maar enkelspoor. En er is tijd om even op de loc te komen kijken hoe dat nou eigenlijk allemaal werkt. 

De reis terug naar Hoorn doet daarna heel anders aan dan de heenreis, bij het begrip dat ontstaat over de reiziger van rond het 1900; al vergt het bij het oversteken van de Westfrisiaweg en Provincialeweg wel even extra fantasie. Vlak buiten Hoorn, met de tram door het open veld, schommelt de tram je als vanzelf naar de IJzeren Eeuw. 

Verwonderen

De verwondering pakt de deelnemer in Stoomtram 1900 op bij de rondgang over het emplacement in Hoorn. In de tentoonstelling met de 'reis door de tijd' wordt duidelijk dat de eerste stoomtram in 1879 in Nederland ging rijden en dat tot ca 1930 volhield, toen brandstofprijzen en hogere lonen de exploitatie moeilijker hadden gemaakt en heel voorzichtig de alternatieven met auto- en vrachtvervoer hun intrede deden. De gloriejaren waren van 1890 tot 1920, waar het arbeidsintensieve lokaalspoor toch met veel enthousiasme werd omarmd. Er waren in West-Friesland destijds zelfs plannen voor aftakkingen van lijnen naar Andijk. De spoorlijn initiatieven waren altijd particulier van aard, maar met warme steun van de overheid. 

De lijn Hoorn - Medemblik, gestart in 1887, is zo'n lijn en het bijzondere aan de lijn is dat het de enige lokaalspoorlijn in Nederland is die nog geheel in tact is. Een monument op zich, vinden ze bij de Stoomtram. De stations langs de lijn zijn inmiddels allemaal officieel provinciaal monument. 

Station Hoorn kreeg afgelopen jaren met verbouwingen en uitbreidingen de kans om meer museum te worden. Zodat de reiziger nu kan ontdekken hoe een loc of een rijtuig wordt gebruikt, onderhouden en gerestaureerd. "De techniek van de loc is eigenlijk niet zo ingewikkeld", heet het. Maar onderdelen voor een loc uit 1881 zijn niet uit een catalogus te bestellen en moeten veelal nagemaakt worden van oude tekeningen. En de kennis is vaak niet meer paraat: Nederland is het eerste land waar de vele locs verdwenen. Veel kennis moet uit boeken en elders worden gehaald. 

Vrijwilligers leren de deelnemer van alles over de locs en rijtuigen: van het drie uur opstoken voorafgaand per dag tot het anderhalf uur werk om de loc na gedane arbeid weer stil te zetten. Dat zo'n loc dan toch ook nog 10.000 km per jaar rijdt. Of hoe de originele rijtuigen van toen soms worden terug gevonden: een pronkstuk staat in het Bello atelier en was een 1e klas rijtuig van 1890 tot 1930 in dienst in Noord-Brabant, het kwam in 1930 in een tuin te staan om dienst te doen als logeeradres en bleef dat 80 jaar lang, waarna het in Hoorn terecht kwam, compleet met originele belettering ('waarschuwing' 'verboden te spuwen') en werd gereviseerd. 

In de werkplaats is voor publiek op tablets te zien hoe je een loc reviseert; tegenwoordig projecten van een miljoen euro of meer die soms wel drie jaren vergen. En hoe komt de stoomtram aan die oude locs en rijtuigen? "We hebben 3000 donateurs die ons van overal af bellen met tips." 

Beleven

Op station Wognum-Nibbixwoud beleeft de Stoomtram 1900 bezoeker het leven op het station. Aan de hand van de verhalen van vrijwilligers. Ook over wat de stationschef doet, of bij het helpen met laden en lossen, het kijken naar rangeerwerk bij de passerende stoomtrein en het opdoen van indrukken. Met de nagebleven verhalen over de stationschef van Zwaagdijk en zijn vrouw, van toen in 1907: hij was stationschef, zij de overweg beheerster en veel werk hadden ze natuurlijk niet, want er waren maar enkele treinen per dag; maar ze moesten er wel 15 uur per dag zijn. De tuinen bij de stations waren dan ook vaak goed onderhouden en als moestuin een belangrijke bijverdienste voor stationspersoneel. 'Werken bij het spoor: vaste baan en vaste armoe', zo klonk een bekend spreekwoord vroeger. 

Het treinreizen was overigens ook toen al 'duur'. En er werd in klassen, gereisd. Op de lijn Hoorn Medemblik beperkten reizigers zich vooral tot de tweede klas: in 1930 werd volgens de boeken in station Wognum-Nibbixwoud in een heel jaar maar 1 kaartje 1e klas verkocht. Maar toen liep het stoomtram spoor natuurlijk ook al behoorlijk op z'n eind. 

Inzet

Het programma Stoomtram 1900 is mogelijk dankzij de inzet van 30 vrijwilligers per 'rit', van de machinist tot de stoker en ander personeel, tot de meewerkende gidsen aan boord van de tram en de gidsen die op de stations als vraagbaak fungeren. 

Het programma duurt inclusief verblijf in Hoorn twee en een half uur en maakt het voor bezoekers bovendien mogelijk om ook nog naar elders in de stad of regio te gaan. "Dat is een bijkomende reden om het kortere programma te ontwerpen. Bezoekers aan de Stoomtram plannen hun dag vooraf en hebben graag een keuze bij het boeken van een bezoek: of een hele dag of juist een middag. 

Het programma Stoomtram 1900 wordt twee keer aangeboden (starts om 12.40 uur en 14.40 uur) op de dinsdag, woensdag en donderdag in augustus. Een verdere uitbreiding dit jaar is niet voorzien. Met het programma zit de Museumstoomtram ook aan 'een max' als het gaat om de inzet van vrijwilligers: "We hebben ruim 300 vrijwilligers en daar zijn we heel erg blij mee, maar er zijn natuurlijk ook grenzen aan de inzet van mensen."

Andere grenzen zijn er ook. Zo kan de Stoomtram naar eigen believen het aantal ritten op de lijn tussen Hoorn en Medemblik uitbreiden, maar rekening houden met de omgeving is van belang. Zoals met overwegen over belangrijke verkeersaders als Provincialeweg en Westfrisiaweg in Hoorn. "We breiden het aantal ritten natuurlijk niet uit in de spitsuren als het gaat om de Westfrisiaweg." 

Bezoekers

Als het programma volledig in het aanbod van de Museumstoomtram wordt opgenomen als tweede hoofdprogramma naast de dagtocht 'Gouden Driehoek Hoorn, Medemblik, Enkhuizen', wordt een toename van 30.000 bezoekers per jaar verwacht, op een totaal van 100.000 bezoekers aan de Museumstoomtram per jaar tot op heden. De stoomtram heeft verschillende doelgroepen, waaronder de kusttoerist: die groep is in het seizoen goed voor 1000 bezoekers per dag. Naar verwachting voorziet Stoomtram 1900 met het vizier op 'meer ontdekken' in de behoefte van een nieuwe groep bezoekers: jong en oud die de achtergrond net zo belangrijk vinden als de beleving van de stoomtramrit door de regio.